Software

BENELUX VERDRAG INZAKE DE INTELLECTUELE EIGENDOM PDF

Handige informatie. Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom · Benelux Office for Intellectual Property · Benelux Bureau voor de Intellectuele. Trademarks Registration The Benelux Treaty on Intellectual Property Rights ( Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom) (BTIP) provides trademark. 20 Benelux trade mark law contains a provision corresponding to Art 5(5) TMD: Art (1)(d) BVIE (Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom.

Author: Arabei Dailmaran
Country: Mexico
Language: English (Spanish)
Genre: Love
Published (Last): 13 August 2006
Pages: 250
PDF File Size: 18.36 Mb
ePub File Size: 20.23 Mb
ISBN: 355-9-80042-389-5
Downloads: 11686
Price: Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader: Feshakar

Start van deze pagina Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud.

De minister van Buitenlandse Zaken, F. Zoals in de preambule van het Protocol is aangegeven is het Verdrag laatstelijk in gewijzigd zie Trb.

Bij het Protocol behoort een door de partijen bij het Verdrag gezamenlijk overeengekomen en vastgestelde Gemeenschappelijke Toelichting, die als bijlage bij deze toelichtende nota is gevoegd.

In deze toelichtende nota wordt daarom volstaan met een samenvatting op hoofdpunten van het Protocol. Daarnaast heeft het Hof de bevoegdheid de drie regeringen van de Benelux-landen desgevraagd te adviseren en treedt het op als administratief rechter ten behoeve van het personeel van Benelux-organisaties.

Op een belangrijk terrein van gemeenschappelijk recht in de Benelux Unie, namelijk het merkenrecht, bleek zich uiteenlopende nationale rechtspraak te ontwikkelen. Op Aanbeveling van de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad nr. Ingevolge artikel XVI van het Protocol worden de artikelen 9bis, 9ter en 9quater toegevoegd aan het Verdrag.

De nieuwe artikelen 9bis en 9ter omschrijven de nieuwe rechtsprekende bevoegdheid en vormen de kern van de verdragswijziging. Indien aan het Hof per verdrag rechtsprekende bevoegdheid wordt toegewezen, heeft het deze bevoegdheid in twee instanties. Met het oog daarop was het nodig binnen het Hof onafhankelijk van elkaar functionerende kamers in te richten. De Derde Kamer is belast met administratieve rechtspraak.

Hiermee wordt voorzien in de oprichting van de Kamers en de bezetting daarvan. In het gehele Verdrag zijn wijzigingen aangebracht met het oog op de nieuwe bevoegdheid van het Benelux-Gerechtshof. Deze artikelen betreffen procedurele afspraken, die nader worden uitgewerkt in het Reglement op de procesvoering.

De uitvoering van het Verdrag stuit thans niet op problemen. Er is daarom niet gekozen voor een vervangend verdrag of voor een algehele modernisering. Aangezien het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof, wat het Koninkrijk betreft, alleen voor het Europese deel van Nederland geldt, zal het onderhavige Protocol eveneens alleen voor dat deel van het Koninkrijk gelden.

De kerntaak van het Benelux-Gerechtshof hierna: Daarnaast heeft het Hof, op grond van het Verdrag, de taak om op vraag van de regeringen van partijen adviezen te verlenen met betrekking tot de uitleg van rechtsregels die beneux zijn aan de Beneluxlanden. Het Hof heeft voorts ook rechtsmacht om uitspraak te doen over administratieve verdrxg van het personeel van de Benelux Unie en de Benelux-Organisatie voor Intellectuele Eigendom 1.

Dit is onder meer het geval wanneer feitelijke overwegingen een grote rol spelen in de beoordeling van de zaak. Het gebrek aan harmonisatie is bijzonder storend in domeinen die volledig eengemaakt zijn, zoals in het merken- en modellenrecht, en leidt tot forum shopping.

De huidige toestand zorgt in die genelux voor vertraging en uiteenlopende rechtspraak. De dringende behoefte aan een rechtsprekende bevoegdheid voor het Benelux-Gerechtshof inzake het merken- en modellenrecht werd aan de orde gesteld in de aanbeveling van de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad dd.

Tijdens de onderhandelingen over de verdragswijziging die nodig is om de bedoelde rechtsprekende bevoegdheid aan het Hof toe te kennen, werd voorts besloten om de mogelijkheid tot het scheppen van deze bevoegdheid niet te beperken tot het terrein van het merken- en modellenrecht, maar om het Verdrag zodanig te wijzigen dat deze bevoegdheid van geval tot geval kan worden verstrekt in verdragen.

Dit betekent dat op terreinen die zich daarvoor in de toekomst lenen, zonder wijziging van het Verdrag, rechtsprekende bevoegdheid aan het Hof kan worden toegekend.

De toekenning van rechtsprekende bevoegdheid aan het Hof heeft gevolgen voor een groot aantal bepalingen inzwke het Verdrag. De belangrijkste wijzigingen waartoe deze toekenning noodzaakt, worden hierna in algemene zin toegelicht en vervolgens in de toelichting op betreffende artikelen nader besproken.

Intellectueoe het aangepaste artikel 1 van het Verdrag worden de drie bevoegdheden opgesomd waarover het Hof in het gewijzigde Verdrag beschikt, namelijk:. Een belangrijke factor van de nieuwe rechtsprekende bevoegdheid is, dat deze zal worden uitgeoefend in twee instanties zie de nieuwe artikelen 9bis en 9ter van het Verdrag.

Voor de structuur, waarbij twee instanties figureren binnen hetzelfde Hof, staat het Europese Hof van Justitie model.

Deze nieuwe structuur noodzaakte ertoe sigendom het Hof verxrag onafhankelijk van elkaar functionerende eenheden te scheppen. De bestaande bevoegdheid van het Hof om kennis te nemen van administratiefrechtelijke beroepen inzake de rechtsbescherming van personen in dienst van de Benelux Unie, de Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom of een Benelux Gemeenschappelijke Dienst wordt toebedeeld aan een Derde Kamer.

  74151A DATASHEET PDF

Om de onderlinge onafhankelijkheid van de Eerste en Tweede Kamers te garanderen, worden de raadsheren die zitting hebben in de Eerste Kamer en de rechters die zitting hebben in de Tweede Kamer geworven uit verschillende geledingen van de nationale systemen van rechterlijke organisatie.

De toekenning van de nieuwe rechtsprekende bevoegdheid aan het Hof geeft echter een nieuwe dimensie aan deze kerntaak en past geheel in de vernieuwde taakstelling van de Benelux Unie zoals die volgt uit het Benelux Unie Verdrag.

De sluiting van het Benelux Unie Verdrag vormde een bijkomende reden voor wijziging van het Verdrag, omdat van de gelegenheid van de verdragswijziging gebruik is gemaakt om de tekst van het Verdrag aan te passen aan de tekst van het Benelux Unie verdrag. Waar dat het geval is in de diverse artikelen wordt inzxke niet meer nader vermeld in deze Toelichting. Overigens werden in het Verdrag traditioneel enkel de basisregels geformuleerd.

Het Protocol volgt deze gewoonte. De nadere uitwerking gebeurt in het Reglement van Orde of in het Reglement op de procesvoering van het Hof. De techniek van de verwijzing naar die reglementen ontellectuele ervoor dat, wanneer dit nodig is, organisatorische en procedurele aanpassingen soepeler kunnen worden doorgevoerd.

EUR-Lex Access to European Union law

Dit kan het best worden doorgevoerd in het Reglement van Orde of in het Reglement op de procesvoering. Besloten is voorts om in principe alleen wijzigingen in het Verdrag aan te brengen voor zover deze voortvloeien uit de drie redenen voor wijziging die hierboven zijn omschreven. Waar dit het geval is, wordt dit niet nader genoemd in deze Toelichting. Artikel I wijzigt het artikel 1 dat alle bevoegdheden van het Benelux-Gerechtshof bepaalt.

In lid 5 van hetzelfde artikel wordt wat betreft de uitoefening van de administratieve rechtspraak verwezen naar de Protocollen die traditioneel in dit kader worden gesloten. Zoals de Algemene Toelichting vermeldt, noodzaakt de toekenning van de rechtsprekende bevoegdheid in twee instanties de benoeming van raadsheren en rechters uit verschillende geledingen van de nationale rechtsstelsels.

De bezetting van het Hof door negen raadsheren en negen plaatsvervangende raadsheren en zes rechters en zes plaatsvervangende rechters vormt een minimum. In het bijzonder in het kader van de creatie van rechtsprekende bevoegdheden op specifieke gebieden, is het gewenst raadsheren en rechters te kunnen aanwijzen die thans kennis nemen van beroepen op specifieke gebieden.

Indien het Hof bevoegd wordt in rechtsdomeinen, zoals bijvoorbeeld het merken- en modellenrecht, is het nuttig dat het Hof kan rekenen op raadsheren en rechters die in deze gespecialiseerde materie ervaring hebben. Artikel 3, lid 1, tweede alinea, betreft het Parket van het Hof, dat blijft bestaan uit drie advocaten-generaal, waaronder een eerste advocaat-generaal.

Om, in aansluiting op de eerste alinea inzake de benoeming van plaatsvervangende raadsheren en rechters ook de mogelijkheid van benoeming van plaatsvervangende advocaten-generaal te vergemakkelijken, wordt het principe verlaten dat deze plaatsvervangers eventueel kunnen worden benoemd. De uitzondering in artikel 3, lid 2 die gold voor Luxemburgse magistraten die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt en die hun functie bij het Hof konden blijven uitoefenen tot de leeftijd van zeventig jaar, geldt nu ook voor Belgische en Nederlandse magistraten.

Artikel 3, lid 5, verduidelijkt dat de President van het Hof tevens de President van de Eerste Kamer is. Voor het overige wordt artikel 3 gehandhaafd, zij het dat waar nodig de terminologie is aangepast aan de nieuwe benamingen van plaatsvervangend raadsheer en plaatsvervangend rechter. Dit is ook in de rest van het Verdrag doorgevoerd. Waar dat het geval is, wordt het in het vervolg niet nader vermeld. Artikel IV vervangt artikel 3bis van het Verdrag dat de bijstand van het Hof door de griffie bepaalt.

De vereiste kwaliteiten om tot griffier te worden benoemd, blijven ongewijzigd. De bedoeling is dat deze waarnemend griffiers, zonder beloning, vanuit de griffie van de rechtscolleges bijstand zouden kunnen verlenen aan het Hof, met name wanneer het Hof zitting houdt in een andere stad dan Luxemburg en in het bijzonder bij de mondelinge behandeling van de zaken of bij de uitspraak ervan.

De waarnemend griffiers blijven deel uitmaken van de griffie in de nationale rechterlijke organisatie van waaruit zij werden benoemd. De artikelen 4, 4bis en 4ter van het Verdrag blijven, behoudens aanpassing van de terminologie en redactionele aanpassingen, ongewijzigd. Aan het eerste lid wordt nu de mogelijkheid toegevoegd tot opheffing van deze immuniteit. Voor de plaatsvervangende raadsheren, rechters en advocaten-generaal, alsmede voor de griffier gebeurt dit door de Eerste Kamer en voor de substituut- en waarnemend griffiers door de President van het Hof.

  GUIA FILCAR PDF

De berechting van de magistraten en het griffiepersoneel gebeurt voorts niet langer door het hoogste nationale rechtscollege, maar door de instantie die bevoegd is voor de berechting van de persoon die een vergelijkbare functie vervult in het land van berechting.

Een artikel 4quinquies wordt toegevoegd, waarin de onderverdeling in Kamers van het Hof wordt neergelegd. Dit is een voortzetting van de al bestaande bevoegdheden van het Hof. De Tweede Kamer oefent de nieuwe rechtsprekende bevoegdheid van het Hof uit in eerste instantie. De Tweede Kamer kan eventueel bestaan uit afdelingen, al naar gelang het rechtsdomein ten aanzien waarvan de bevoegdheid aan het Hof wordt toegewezen. De bezetting van de Eerste en Tweede Kamer door respectievelijk plaatsvervangende raadsheren en plaatsvervangende rechters weerspiegelt de herkomst van de magistraten uit de verschillende geledingen van de nationale rechterlijke organisatie en verzekert de onderlinge onafhankelijkheid van deze Kamers.

In de Derde Kamer zitten plaatsvervangende raadsheren en plaatsvervangende rechters. Aan zaken behandeld door de Eerste Kamer nemen in beginsel steeds drie magistraten uit elk land deel.

In beginsel zal de Derde Kamer worden voorgezeten door een raadsheer; de bijzitters kunnen zowel raadsheren zijn als rechters. In artikel 5, lid 2, wordt nader bepaald wat het Reglement van Orde moet inhouden in verband met de rechterlijke organisatie van het Hof.

Het Reglement van Orde bepaalt hoe een rechter aan inzaoe zaak wordt onttrokken, wanneer de betrokken magistraat zich niet spontaan terugtrekt. Artikel 6 wordt op verschillende punten gewijzigd. Zo wordt verduidelijkt dat de Eerste Kamer van het Hof kennis neemt van vragen betreffende de uitleg van rechtsregels.

De verwijzing naar het College van Scheidsrechters vervalt, omdat dit College in het Benelux Unie Verdrag wordt opgeheven. De beoordeling door de Tweede Kamer is een beoordeling in volle omvang. Dit houdt in dat de Tweede Kamer ook feiten kan beoordelen. Dit staat er niet aan in de weg dat de Kamer na beoordeling van de zaak terugverwijst naar de rechter of de instelling die de beslissing heeft genomen.

In artikel 9ter gaat het om een hogere voorziening, i. De voorziening is beperkt tot rechtsvragen. Het onderscheid tussen feit en recht spoort met het onderscheid dat in de drie lidstaten wordt gemaakt.

De Eerste Ihzake gaat na of het oordeel van de Eigendoj Kamer blijk geeft van een juiste rechtsopvatting en of dit begrijpelijk is.

Bostyn, S.J.R. (Sven J.R.) [WorldCat Identities]

In beginsel betreedt de Eerste Kamer niet het domein van de feiten. De uitwerking van de wijze van het beroep, zijn grenzen en de gevolgen daarvan wordt in het Reglement op de procesvoering bepaald.

Dit reglement zal kunnen voortbouwen op de ervaring en op de ontwikkelingen die de rechtscolleges van de lidstaten hebben doorgemaakt de laatste jaren. Artikelen 9bis en 9ter maken het mogelijk om bijvoorbeeld het contentieux over de beroepen tegen beslissingen van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele eigendom inzake de weigering tot inschrijving van een merk of model en de oppositieprocedure op Benelux-niveau te concentreren door middel van de wijziging van het Benelux-Verdrag inzake de intellectuele eigendom.

Het cassatieberoep, dat thans voor de drie nationale cassatiehoven wordt gevoerd, wordt aanhangig gemaakt bij de Eerste Kamer. De nummering van de resterende hoofdstukken en artikelen wordt hieraan aangepast. In artikel 11 wordt een lid 3bis toegevoegd dat de procedure beschrijft voor zaken betreffende de nieuwe rechtsprekende bevoegdheid van het Hof. Deze bevoegdheid vraagt een specifieke procedure. Dit is de eenvoudigste wijze om een zaak in te leiden.

Het Reglement op de procesvoering zal bepalen wat het verzoekschrift moet inhouden, welke de vorm ervan zal benelu en hoe van het verzoekschrift kennis zal worden gegeven aan de wederpartij van de verzoeker. Artikel 11, lid 4bis, laat toe dat de instelling die de beslissing genomen heeft in de procedures bepaald in de artikelen 9bis en 9ter opmerkingen indient. Die mogelijkheid strekt er niet toe de instelling die de beslissing genomen heeft aan te sporen de genomen beslissing te verantwoorden, maar laat wel toe aan die instantie de stand van het recht objectief nader toe te lichten.