Love

HANS ACHTERHUIS DE UTOPIE VAN DE VRIJE MARKT PDF

Herman Johan “Hans” Achterhuis (born September 1, , Hengelo) is ; De utopie van de vrije markt, Rotterdam, Lemniscaat, In De Utopie van de Vrije Markt, Hans Achterhuis, philosopher of uto- pias, turns his analysis to the capitalist ideology of our times, neolib- eralism. His argument. Herman Johan “Hans” Achterhuis (born September 1, , Hengelo) is Professor Emeritus in His latest books handle the topics of utopianism (‘De erfenis van de utopie’, ‘The Legacy of Utopia’) and the zoektocht, Rotterdam; Lemniscaat; Achterhuis, H.J. (), De utopie van de vrije markt, Rotterdam; Lemniscaat.

Author: Mazujora Vuzahn
Country: Gambia
Language: English (Spanish)
Genre: Marketing
Published (Last): 11 December 2009
Pages: 294
PDF File Size: 12.52 Mb
ePub File Size: 12.12 Mb
ISBN: 273-4-53157-419-7
Downloads: 55603
Price: Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader: Gabar

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Noem een probleem en er staat wel iemand op die zegt dat het de schuld is van utopke neoliberalisme’.

Dat is de zondebok van nu geworden. Nog nooit hebben we zoveel welvaart gekend, en toch zijn we nog nooit zo ongelukkig geweest. We worden ziek door prestatiedwang en concurrentiezucht. De dwang om te genieten maakt ons depressief, ontheemd en uitgeblust. De sociale weefsels ontbinden, onze identiteit vervaagt. De autoriteiten van weleer, bakens van sociale rust en identiteit, zijn ingeruild voor een kille en onpersoonlijke disciplinering. Onze jeugd is balorig en onhandelbaar.

De crisis grijpt om zich heen, het aantal zelfmoorden stijgt. De psychiatrie dwingt ons in een keurslijf. De zwakken worden vertrappeld door de sterken, die ondertussen zelf massaal ten prooi vallen aan burn-outs en depressies: Welke bok kan zoveel zonden torsen? Iemand die daar onlangs een boek over schreef, is Paul Verhaeghe. In ‘Identiteit’ rekent deze Gentse hoogleraar en psychoanalyticus af met de zwartkijkers en de zondebokdenkers.

Onze tijd, zo lezen we, is een ‘constante hoogmis voor onheilsprofeten en populistische politici’, die graag een klaagzang aanheffen over de kwalen van de moderne maatschappij. Nostalgisch verwijlen zij bij een verleden waarin normen en waarden nog zegevierden, waarin er een hechte gemeenschap bestond en men respect had voor elkaar. Dergelijke zwartkijkers vinden altijd wel een zondebok, aldus Verhaeghe, om alle moderne euvels op af te wentelen.

Naar aloude Joodse traditie wordt zo’n onschuldig offerdier overladen met alle zonden des volks en vervolgens de woestijn in gedreven. Een duidelijke veroordeling van zondebokdenken en gemakzuchtig cultuurpessimisme, ik kan niet anders dan er volmondig mee instemmen. Toch klinkt de uithaal van Verhaeghe ironisch. Wie de rest van zijn betoog leest, zal met stijgende verbazing naar deze passage terugbladeren.

Hans Achterhuis

Met dezelfde heftigheid waarmee Verhaeghe de vloer aanveegt met de cultuurpessimisten ‘borreltafelpraat’, ‘kortzichtig’heft hij in de rest van zijn boek een eindeloze jeremiade aan tegen de moderne karkt. Verhaeghe is dan ook een levende paradox.

Hoe onstuimiger hij zich afzet tegen de cultuurpessimisten, hoe meer hij zijn affiniteit met hen verraadt. Van zijn betoog tegen het zondebokdenken is zijn eigen boek het meest sprekende voorbeeld dat ik de laatste tijd las.

De bok van dienst heet bij Verhaeghe ‘neoliberalisme’, een verwoestende ideologie die volgens hem is doorgedrongen tot in alle geledingen van de maatschappij. Maar wat houdt dat neoliberalisme precies in?

Een duidelijk antwoord blijft Verhaeghe ons schuldig. De vlag van het neoliberalisme dekt verschillende ladingen. Aanvankelijk betekende de term een gematigde en moderne vorm van het klassieke laissez faire-liberalisme. In de economie is het een losse verzameling van tradities en denkers, waaronder de Chicago-school van Milton Friedman, de Freiburg-school, en de Oostenrijkse school van onder anderen Friedrich von Hayek en Ludwig von Mises.

  BIERMAN ADVOCATEN PDF

De pijlers van het neoliberalisme zijn individuele competitiviteit, vrije handel en decentralisatie.

Zij deden dat na axhterhuis periode van sterke overheden en gecentraliseerde economie, die tegen het einde van de jaren zeventig tot stagnerende groei en hoge werkloosheid en inflatie hadden geleid. Nog later werd het neoliberalisme in verband gebracht met Tony Blair en Bill Clinton.

Dat waren weliswaar politieke tegenstrevers van Thatcher en Reagan ze voeren een meer linkse en progressieve koers, sloten belangrijke vrijhandelsakkoorden en maakten de markt vrijer door regels af te schaffen. In het licht van de huidige economische crisis wordt met de term neoliberalisme meestal gedoeld op de uitwassen van een extreme vrijemarktideologie.

Klassieke liberalen vinden het neoliberalisme dan weer een aberratie van het oorspronkelijke liberalisme, omdat het de vrije markt en de individuele competitie verheerlijkt ten koste van liberale grondwaarden als rechtvaardigheid en solidariteit. Wie strijdt tegen het neoliberalisme, strijdt zonder tegenstander. Aan vijanden heeft het dan weer geen gebrek. De utpoie heeft vandaag een onuitwisbaar negatieve bijklank. Een voorvoegsel als ‘neo’ suggereert in de regel een achterhaald gedachtengoed dat in een andere gedaante opduikt, of een verbastering van de oorspronkelijke en zuivere vorm.

Denken we aan de ‘neoconservatieven’ George W. Bush en Dick Cheney, of aan de termen neodarwinisme in de hajs en neoclassicisme in de kunst, die aanvankelijk als schimpwoorden werden gemunt. Neoliberalisme is dus oude wijn in nieuwe zakken. Of, zo u wil, verzuurde wijn in flessen met fraaie etiketten. Hoe het ook zij, dat neoliberalisme is volgens Verhaeghe als een sluipend gif in onze samenleving binnengedrongen. Dat refrein weerklonk ook in ‘De utopie van de vrije markt’ van Hans Achterhuis, door onder andere Trouw uitgeroepen tot Nederlandse ‘Denker des Vaderlands’.

Het extreme marktdenken achternuis in zijn aanpak sprekend op het communisme en is net zo gevaarlijk. Misschien heeft u het markh niet gemerkt waar houden al die neoliberalen zich schuil?

In economisch opzicht is die stelling potsierlijk. In de Verenigde Staten, waar geen noemenswaardige achterhusi zekerheid en herverdeling van rijkdom bestaat, zou men hartelijk lachen om die stelling. In de ogen van veel Mar,t Amerikanen, die zweren bij vrije markt, individuele competitie en een minimale overheid, is ons systeem ronduit socialistisch achterhuix daar een scheldwoord is, bijna zo erg als ‘communistisch’.

Hoe breder de rug van de zondebok, hoe meer gewicht hij kan torsen. Bij Achterhuis heeft het neoliberalisme tenminste nog een mrakt gelaat, al overdrijft hij de neoliberale tendensen binnen onze samenleving.

Bij Verhaeghe komen economie en politiek slechts af en toe om de hoek loeren. Neoliberalisme is voor hem veelzijdiger en minder zichtbaar, een draak met vele koppen. Er bestaat een neiging, zo schreef de liberale verlichtingsdenker John Stuart Mill, om te geloven dat alles waaraan een naam wordt gegeven ook echt bestaat. Dat is de magie van taal. Geen wonder dat Verhaeghes zondebok flink wat tegenstrijdigheden moet zeulen.

Het neoliberalisme omarmt volgens hem de illusie van de complete maakbaarheid van het individu, maar wil tegelijk terug naar een ‘natuurstaat’ utopiee allen strijden met allen. Het cultiveert de ‘slachtofferrol’ achternuis wil de mens van alle schuld vrijpleiten het zit in mijn genen, ik kan er niks aan doenmaar stelt ons tegelijk geheel en al markf voor onze eigen daden en prestaties.

Neoliberalisme staat voor een ongekend ‘controlesysteem’ en toch voor ziekmakende vrijheid. Het staat voor een mallemolen van ‘voortdurende verandering’ en sociale mobiliteit, maar tezelfdertijd voor een ‘statische klassenmaatschappij’ met een ongenaakbare elite.

  ARISTON AVL 95 MANUAL PDF

Onze neoliberale samenleving psychiatriseert criminelen maar criminaliseert geesteszieke mensen, vindt Verhaeghe. Waar gaat dat naartoe, meneer!

Voor wie met een hamer zwaait, ziet alles eruit als een spijker.

Summary utopia of the free market – Hans Achterhuis

Daarmee is niet gezegd dat Verhaeghe geen enkele kop slaat. Maar elke anekdote wordt uitvergroot tot een generalisatie over de hele samenleving. Een toonbeeld van dat soort nattevingerwerk is zijn argument dat loser tegenwoordig ‘het voornaamste scheldwoord’ op de speelplaats is.

Op hoeveel schoolpleinen heeft Verhaeghe zijn oor te luisteren gelegd, en makrt hoeveel generaties? Hoe weet hij dat het niet de zoveelste anglofiele modegril betreft? Heeft hij hetzelfde onderzoek gedaan voor woorden als sucker populair in mijn tijdsukkel, schlemiel een 19de-eeuws Jiddisch woordmislukkeling, slapjanus?

Groepjes kinderen vormen van oudsher een sociale microcosmos, een soms harde leerschool voor wat hen in het re leven te wachten staat. Wie denkt dat rivaliteit, pestgedrag en sociale pikorde bij kinderen creaties zijn van ons neoliberale bestel, lijdt vooral aan een slecht geheugen. Laten we pestgedrag aanpakken, maar laten we allereerst de juiste diagnose stellen.

Een ander oud zeer waarop Verhaeghe hamert, is dat welvaart niet noodzakelijk leidt tot geluk. Maar dat de westerse mens zich ‘nog nooit zo slecht voelde’, zoals hij stelt, is schromelijk overdreven, en wordt tegengesproken door internationale statistieken over geluk en tevredenheid.

Zie het bericht in deze krant onlangs over het European Quality of Life Survey. Toch bestaat er een mismatch tussen welvaart en geluk. Een eerste verklaring is de wet van het dalende grensnut uit de economie: De psychologische meerwaarde van een loonopslag van euro is bijvoorbeeld veel groter als je euro verdient dan als je inkomen euro bedraagt.

Miskenning van dergelijke effecten kan een bron zijn hsns ontgoocheling: Ten tweede weten we dat de koppeling tussen welvaart en geluk een sterke sociale component bezit.

Hans Achterhuis – Wikipedia

De Amerikaanse essayist H. Menckens gaf ooit de volgende definitie van rijkdom: Dat is geen uitvinding van het neoliberalisme, maar een onhebbelijke eigenschap van onze sociale diersoort: Grote inkomensongelijkheid leidt tot sociale onlusten en maakt mensen ongelukkig.

In vergelijking met dergelijke sobere hypothesen, gebaseerd op betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek, is het verhaal van Paul Verhaeghe over de afbrokkeling van identiteit, de teloorgang van autoriteit en de malaise van het neoliberalisme in het beste vvan sterk overtrokken, en anderszins pure speculatie.

Een aanverwante zondebokin Verhaeghe’s betoog is de DSM, vrine internationale handboek voor diagnoses van mentale stoornissen. Die hangen samen met het neoliberalisme. Enerzijds schrijft Verhaeghe dat de wildgroei aan nieuwe diagnostische etiketten enkel de sociale normen van het neoliberalisme weerspiegelt.

Wie uit de pas loopt, geldt als ‘geestesziek’. Anderzijds betoogt hij dat nieuwe ziekten veroorzaakt ds door het nieuwe ideologische bestel. En elders klinkt het dat mensen stoornissen ontwikkelen als ze ‘te goed beantwoorden’ aan het neoliberale ideaal. Wat is het nu: Zijn de nieuwe stoornissen afwijkingen van de nieuwe norm, of het ‘ideaalbeeld’ ervan?

Een diagnostisch etiket, dixit Verhaeghe, laat mensen toe om hun schuldgevoel af te kopen en aan de neoliberale prestatiedwang te ontsnappen ‘Mijn kind heeft ADHD, het kan er niets aan doen’.